Begroting 2019

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Aanwezige weerstandscapaciteit

Incidenteel

Een positief exploitatieresultaat is als post onvoorzien opgenomen in de meerjarenbegroting
Op basis van eerdere besluitvorming is de Algemene risicoreserve aangemerkt als primair weerstandsvermogen. Mocht deze onvoldoende zijn dan wordt de Vermogensreserve aangemerkt als secundair weerstandsvermogen. Het beleid is erop gericht de gewogen risico’s af te kunnen dekken door het primaire weerstandsvermogen.
Stille reserves (vooral opgesloten in panden en gronden als de marktwaarde uitkomt boven de boekwaarde) rekenen we niet mee bij de bepaling van de weerstandscapaciteit en wel om de volgende redenen:

  • de waardering van de stille reserves is vaak discutabel en op basis van schattingen
  • stille reserves zijn vaak niet op korte termijn in geld om te zetten

Structureel

Onder het programma Ruimtegevend bestuur, is de begrotingsruimte behorend bij deze meerjarenbegroting 2018-2021 opgenomen. Tekorten zijn op basis van bestendige gedragslijn onttrokken aan de Vrije investeringsreserve. De begrotingsruimte bedraagt hiermee voor de jaren 2018-2021 respectievelijk € 12.600, € 786.200, € 1.157.100 en € 1.427.800.
Op basis van de eerder geformuleerde beleidskaders ten aanzien van de omvang van de belastingheffing wordt geconcludeerd dat de heffing geen ruimte biedt. Immers de omvang van de heffing beweegt rond het landelijk gemiddelde.
Als onbenutte belastingcapaciteit op basis van artikel 12-uitkering van het Rijk aangemerkt wordt, dan wordt deze berekend door rekening te houden met de eisen die worden gesteld aan de eigen heffingen om in aanmerking te komen voor een zogenaamde artikel 12-uitkering van het Rijk. Deze eisen zijn: 100% kostendekking voor riolering en reiniging en een redelijk peil van de OZB-inkomsten. Voor 2018 is het OZB-percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 door het Rijk vastgesteld op 0,1952 (was 0,1927 voor 2017). Het tarief 2018  bedraagt 0,1410%. Er is dan een ruimte van ongeveer 38 % van de verwachte OZB-opbrengsten. Een bedrag van ongeveer € 2,25 miljoen.