Begroting 2019

Financiering

Rente

Rente speelt een belangrijke rol in de begroting; er zijn kosten (vergoeding voor het lenen van geld) maar ook opbrengsten (bespaarde rente) mee gemoeid. Mede gelet op de omvang van deze bedragen, is het gewenst dit onderdeel van de begroting inzichtelijk te maken. Daarbij gaat het zowel om factoren die invloed op de rente hebben, als het in beeld brengen van de keuzemogelijkheden die hier aanwezig zijn.
Onderscheid kan worden gemaakt tussen de zogenaamde korte rente en lange rente. We spreken van korte rente voor termijnen tot maximaal 1 jaar en van lange rente voor termijnen van 1 jaar of langer.
De hoogte van de rente kan fluctueren als gevolg van diverse omstandigheden. Gemeenten kunnen op de ontwikkelingen die van buiten komen, weinig tot geen invloed uitoefenen. Wel kunnen gemeenten de interne rekenrente bepalen en ook keuzes maken in de manier waarop geld aangetrokken of uitgezet wordt. Zij zijn daarbij gebonden aan wettelijke bepalingen, waaronder de Wet Fido en de Wet HOF.
Op basis van de BBV vernieuwing zoals die vanaf 2017 van toepassing is behoort voortaan de rente op een post in de begroting te worden opgenomen en wel via het taakveld treasury. De commissie BBV geeft aan dat er 3 methoden kunnen worden toegepast voor wat betreft de renteomslag:

  1. In de renteomslag ook de berekende rente over het eigen vermogen en de voorzieningen verwerken;
  2. Alleen de werkelijk betaalde rente verwerken in de renteomslag;
  3. Geen renteomslag toepassen en alleen rente toerekenen aan projecten, investeringen en grondexploitatie.

Wij hebben gekozen om methode 1 toe te passen om hiermee de taakvelden naar evenredigheid te kunnen blijven doorbelasten van de te maken rentekosten.

Samenvattend geeft dit het volgende overzicht.

Renteschema rentetoerekening (x € 1.000)

2017

2018

2019

2020

2021

2022

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

193

232

472

441

426

414

b.

De externe rentebaten

0

0

0

0

0

0

Totaal door te rekenen externe rente

193

232

472

441

426

414

c.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

71

21

35

-32

-19

0

De rente van projectfinanciering

0

0

0

0

0

0

Saldo door te rekenen externe rente

122

211

437

473

445

414

d.1

Rente over eigen vermogen

853

705

583

525

532

570

d.2

Rente over voorzieningen

319

398

413

399

380

397

De aan de taakvelden toe te rekenen rente

1.294

1.314

1.433

1.397

1.357

1.381

e.

De werkelijke aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

1.007

1.185

1.220

1.174

1.181

1.203

f.

renteresultaat op het taakveld treasury

287

129

213

223

176

178

afwijking in %

 1,00%

 0,38%

 0,61%

 0,66%

 0,52%

 0,52%