Begroting 2019

Incidentele baten en lasten op programmaniveau

Uitgangspunt toezicht: materieel begrotingsevenwicht

Bij de beoordeling door de toezichthouder of de begroting structureel in evenwicht is, wordt gebruik gemaakt van het overzicht van incidentele baten en lasten. Op basis hiervan wordt het materiële begrotingsevenwicht beoordeeld: worden de structurele lasten gedekt door structurele baten. Dit geldt voor zowel het bestaande beleid als het in de begroting opgenomen nieuwe beleid. Met het inzicht in incidentele baten en lasten wordt dan, ook meerjarig, het structurele begrotingssaldo inzichtelijk gemaakt. Door de toezichthouder wordt vervolgens beoordeeld hoe het materiële begrotingsevenwicht zich verhoudt tot het formele begrotingsevenwicht. Dit geeft o.a. een indicatie hoe de begroting in het meerjarig perspectief sluitend is gemaakt en het realiteitsgehalte en volledigheid van in de begroting opgenomen ramingen van baten en lasten.

Regelgeving BBV

Op basis van de regelgeving opgenomen in het BBV is het overzicht van incidentele baten en lasten een onderdeel van de begrotingsstukken. Met ingang van 1 januari 2013 is de regelgeving in het BBV voor inzicht in incidentele baten en lasten verder uitgebreid. Met ingang van de begroting 2014 worden de incidentele baten en lasten opgenomen bij de programma's. Het BBV geeft echter geen harde definitie van de begrippen incidenteel en structureel. Ook in de praktijk is het onderscheid niet altijd even scherp te trekken.

Notitie Commissie BBV

Om eenduidige toepassing van regelgeving opgenomen in het BBV te bevorderen heeft de Commissie BBV daarom de notitie 'incidentele en structurele baten en lasten' opgesteld in januari 2012. Hiervoor is het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (beleidskader gehanteerd door de toezichthouder) en de voorgestelde modernisering van het Financieel Toezicht als uitgangspunt gehanteerd. In de notitie wordt het onderscheid tussen incidenteel en structureel op basis van de volgende vier verduidelijkingen in een aantal praktijk voorbeelden nader uitgewerkt:

  1. Indien bestaand structureel beleid, niet zijnde een tijdelijke geldstroom, binnen de termijn van 3 jaar een wijziging ondergaat dan worden de daarmee samenhangende lasten of baten in het begrotingsjaar niet als incidenteel aangemerkt. Bijvoorbeeld in het kader van de bezuinigingen besluit de gemeente in jaar t+3 geen subsidies meer te verstrekken; de daarmee samenhangende lasten worden in t+2, t+1 en t nog als structureel beschouwd.
  2. Na afloop van een begrotingsjaar zullen bij het opmaken van de jaarrekening altijd wel enige (relevante) verschillen tussen de werkelijkheid en de begroting blijken. Het is van belang dat bij de analyse ex BBV artikel 28, lid a wordt bezien in hoeverre er alsnog sprake is geweest van niet begrote incidentele baten en lasten. Budgetverschillen op activiteiten betreffende structureel bestaand beleid blijven naar hun aard ‘structureel’.
  3. Toevoegingen aan en onttrekkingen uit de reserves worden als incidenteel beschouwd, tenzij het gaat om reguliere onttrekkingen aan financieringsreserves c.q. dekkingsreserves (kapitaallasten) of om onttrekkingen uit een daartoe toereikende (bestemmings)reserve gedurende een periode van minimaal 3 jaar met als doel het dekken van structurele lasten.
  4. Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een raadsbesluit en/of een toekenningsbesluit klasseren als incidentele baten en lasten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar.

In deze begroting zijn incidentele baten en lasten opgenomen. Op het niveau van de raadsprogramma’s geeft dit het volgende beeld:

Incidentele baten en lasten (bedragen x €1000)

2019

2020

2021

2022

incidentele baten programma:

Duurzaamheid

71

21

347

21

Maatschappelijke ontwikkeling

8

Leefomgeving

11.370

2.974

2.154

Economie, Toerisme, Recreatie, Cultuur en Sport

832

61

1.100

Ruimtegevend bestuur

43

205

371

Totaal incidentele baten

12.324

3.261

3.972

21

incidentele lasten programma:

Duurzaamheid

75

25

326

Maatschappelijke ontwikkeling

74

23

Leefomgeving

11.489

3.083

2.254

Economie, Toerisme, Recreatie, Cultuur en Sport

741

977

Ruimtegevend bestuur

244

318

465

40

Totaal incidentele lasten

12.623

3.449

4.022

40

Saldo incidentele baten -/- lasten

-299

-188

-50

-19